Prettiger wonen en leven in Borne!

Antwoord College over daling afvalstoffenheffing


Op 19 januari 2017 stelde de fractie van GB 90 een aantal vragen aan het College naar aanleiding van de publicatie van Twence over verwerkings- en verbrandingstarieven voor 2018. Hieronder vindt u het antwoord van het College op de vragen.
1. Wat zijn de gevolgen (uitgedrukt in Euro’s) voor de gemeente Borne en haar individuele inwoners van deze aanpassing?
De afvalstoffenheffing wordt bepaald aan de hand van de afvalbegroting, die op haar beurt is gebaseerd op geraamde inkomsten en uitgaven voor het komende jaar. Aan de uitgavenkant zijn in 2018 op grond van de nieuwe tarieven van Twence aanmerkelijke voordelen te verwachten. Wanneer wordt uitgegaan van de afvalhoeveelheden van 2016 zou het totale voordeel kunnen oplopen tot circa 6 300.000,-. Voor de individuele heffing zou dit een voordeel in de orde van grootte van 6 25,- tot ë 30,- per huisaansluiting betekenen.
De heffing is echter afhankelijk van meerdere zaken. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan de verwachte kwijtschelding en de geraamde inkomsten voor gescheiden grondstofstromen als oud papier, glas en verpakkingen. Laatstgenoemde inkomsten zijn deels marktafhankelijk en kunnen daarom fluctueren.
Ook kunnen de ingezamelde hoeveelheden fluctueren. Bij oud papier is bijvoorbeeld al jaren een daling zichtbaar als gevolg digitalisering van nieuws- en reclame uitingen. Nieuwe grondstoffenstromen als plastic, blik en drankkartons zijn nog in een stadium waarin wordt gezocht naar optimale verwerkings- en afzetmogelijkheden. Dit vertaalt zich in onzekerheden over de vergoedingen per ton.
Tot slot zijn de nieuwe BBV voorschriften mede bepalend voor de heffing. De voorgeschreven toerekening van kosten kan namelijk effect hebben op de opbouw en de hoogte van de heffing voor 2018

2. Wat zijn de gevolgen van deze aanpassing voor het met ingang van 2017 verder ingezette afvalscheidingsbeleid van de gemeente Borne, zowel beleidsmatig als uitgedrukt in Euro’s?

Los van de bij de beantwoording van vraag 1. genoemde effecten, zal de invoering van de verpakkingencontainer een directe invloed hebben op de kosten als gevolg van volumeverschuivingen. Er van uitgaande van dat de totale hoeveelheid afval niet wijzigt, zal er als gevolg van de verpakkingencontainer en de 4- wekelijkse inzameling van restafval sprake zijn een andere verdeling tussen het aandeel restafval en het aandeel grondstoffen. Naast de voor de hand liggende toename van het aandeel verpakkingen worden dergelijke effecten in de praktijk ook waargenomen bij de andere grondstofstromen, waaronder papier, glas en GFT.
Gezien vanuit het eerder geschetste perspectief van de afvalstoffenheffing is een aantal effecten van de volumeverschuivingen te verwachten. Een afname van de hoeveelheid restafval is gunstig voor de kosten, maar dit effect wordt tegelijkertijd getemperd door de tariefdaling voor deze afvalstroom. Door toenemende inzamelvolumes moet bovendien rekening worden gehouden met extra kosten voor de inzameling- en verwerking van grondstoffen als papier en glas. De lagere verwerkingsprijs voor GFT zal in de praktijk deels teniet worden gedaan door een toenemend tonnage.
In de loop van 2017 zal een inschatting moeten worden gemaakt van de effecten op basis van de eerste resultaten van de (per april 2017) in te voeren verpakkingencontainer. Samen met de andere variabelen leidt dit tot een voorstel
voor de heffing van 2018. Het ligt in de lijn van de verwachting dat deze lager uitvalt, maar hier kan in dit stadium nog geen concrete onderbouwing voor worden gegeven.
Voor het toekomstige afvalbeleid betekent een nivellering van de kosten van restafval ten opzichte van grondstoffen dat van een instrument als gedifferentieerde tarieven een wat minder sterke invloed uit zou kunnen gaan. Diftar zal echter zeker een belangrijk instrument blijven om een reductie van het totale afvalvolume te bewerkstelligen. Toch is het wel waarschijnlijk dat de nadruk in het toekomstige beleid (nog) sterker zal worden gelegd op het duurzaamheidsaspect van de te nemen maatregelen. Uiteindelijk is dat ook de kernwaarde van het te voeren beleid, met als beoogd eindresultaat 50 kilo restafval per inwoner per jaar in 2030.

3. Wat zijn de gevolgen voor Borne en haar inwoners als het gaat om de financiering van de eventuele nieuwe Agenda van Twente?

In de oude situatie werd de Agenda van Twente gefinancierd door een dividend van Twence. Dit dividend werd feitelijk opgebouwd uit het verschil tussen bevroren tarieven voor restafval en GFT en de daadwerkelijke verwerkingsprijzen, die als gevolg van markt- en technologische ontwikkelingen een gestage daling vertoonden. Een nieuwe agenda van Twente zal naar verwachting deels uit de algemene middelen moeten worden gefinancierd. Zoals ook met de raad in december 2016 is afgesproken, wordt er een voorstel voorbereid om een nadere afweging te kunnen maken.

Voor de volledige bijdrage lees verder onder.(link naar de volledige bijdrage),